Gedragsregels

HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-1 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

INHOUDSOPGAVE

7.0. ALGEMENE BEPALINGEN………………………………………………………………………2
7.0.01. Begripsbepalingen ………………………………………………………………………………..2
7.0.02. Werkingsgebied ……………………………………………………………………………………2
7.0.03. Beroepscode NLcoach…………………………………………………………………………..2
7.0.04. Overtredingen ………………………………………………………………………………………2
7.1. GEDRAGSREGELS VOOR BEGELEIDERS……………………………………………….3
7.1.01. Omgeving en sfeer………………………………………………………………………………..3
7.1.02. Waardigheid…………………………………………………………………………………………3
7.1.03. Machtsmisbruik en intimidatie. ………………………………………………………………..3
7.1.04. Belang gymnast ……………………………………………………………………………………3
7.1.05. Seksuele handelingen en seksuele relaties……………………………………………….3
7.1.06. Seksuele toenaderingspogingen ……………………………………………………………..4
7.1.07. Nodeloze aanraking ………………………………………………………………………………4
7.1.08. Intimiteiten……………………………………………………………………………………………4
7.1.09. Gereserveerde en respectvolle omgang……………………………………………………4
7.1.10. Samenwerken ………………………………………………………………………………………5
7.1.11. Beschermen gymnast…………………………………………………………………………….5
7.1.12. Vergoedingen……………………………………………………………………………………….5
7.1.13. Vertrouwen…………………………………………………………………………………………..5
7.1.14. Naleving regels door alle betrokkenen ……………………………………………………..5
7.1.15. Onvoorziene gevallen…………………………………………………………………………….6
HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-2 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

7.0. ALGEMENE BEPALINGEN
In dit hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de KNGU zijn de
gedragsregels vastgelegd, die in acht genomen moeten worden door allen die
gymnasten begeleiden.
De gedragsregels zijn van toepassing op ieder (kandidaat)-gewoon/
buitengewoon lid en individueel lid van de KNGU alsmede op alle clubleden van
de aangesloten verenigingen en organisaties. Ook voor anderen, geen lid zijnde
van de KNGU, die begeleiding van gymnasten verzorgen, gelden deze
gedragsregels.
Alleen degenen die zich onderwerpen aan de in dit hoofdstuk van het
huishoudelijk reglement vastgelegde gedragsregels mogen gymnasten
begeleiden.

7.0.01. Begripsbepalingen
In deze gedragsregels wordt verstaan onder:
• begeleider
a. sporttechnisch kader;
b. sportorganisatorisch en facilitair kader;
c. bestuurskader.
• gymnast
deelnemer aan wedstrijden, evenementen en sportgerichte activiteiten
georganiseerd door de KNGU of door een (kandidaat-)gewoon/buitengewoon lid
van de KNGU.

7.0.02. Werkingsgebied

De gedragsregels gelden voor allen die direct of indirect zijn betrokken bij de
begeleiding of sportbeoefening van een of meer gymnasten.
Deze regels gelden naast of als aanvulling op richtlijnen van begeleiders die voor
de uitoefening van hun beroep al over eigen gedragsregels of een beroepscode
beschikken.

7.0.03. Beroepscode NLcoach

De gedragsregels uit de Beroepscode NLcoach zijn een integraal onderdeel van
de gedragsregels van dit hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de
KNGU.
De Beroepscode NLcoach bevat de gedragsregels voor degenen die direct of
indirect zijn betrokken bij de begeleiding of sportbeoefening van een of meer
sporters.
De Beroepscode NLcoach is een kwaliteitstoets voor begeleiders van sporters en
biedt een legimitatie voor beroepshandelen.

7.0.04. Overtredingen

Overtredingen van het in dit hoofdstuk gestelde worden aangemerkt als
overtredingen als bedoeld in artikel 8 (handelend over de sportrechtspraak) van
de statuten van de KNGU.

HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-3 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

7.1. GEDRAGSREGELS VOOR BEGELEIDERS

7.1.01. Omgeving en sfeer

De begeleider draagt zorg voor een omgeving en sfeer waarbinnen de gymnast
zich veilig voelt (te verkeren).
De gymnast moet als mens worden gerespecteerd, in samenhang met de
activiteiten en zijn fysieke en mentale mogelijkheden, zonder onderscheid naar of
nadruk te leggen op ras, culturele achtergrond, religie, geaardheid en
lichamelijke kenmerken.

7.1.02. Waardigheid

De begeleider respecteert de waardigheid van de gymnast en dringt niet verder
door in diens privéleven, dan nodig is.
Het recht op bescherming van het privéleven is te herleiden tot het recht op
eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

7.1.03. Machtsmisbruik en intimidatie.

De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of intimidatie
tegenover de gymnast.
Omdat het oordeel en het handelen van de begeleider het leven van de gymnast
kan beïnvloeden moet hij alert zijn op het gebruik van persoonlijke, financiële,
sociale, organisatorische en politieke motieven die tot misbruik van zijn invloed
kunnen leiden.
Misbruik of intimidatie is bijvoorbeeld het gebruik van de (professionele) relatie
voor privédoeleinden van de begeleider, zoals eigen materieel of immaterieel
gewin, bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens of het
misbruiken van het uit zijn deskundigheid en/of positie voortvloeiend overwicht.

7.1.04. Belang gymnast

Het belang van de gymnast staat centraal. De begeleider gebruikt of misbruikt de
(sportieve) situatie niet ten koste van het belang van de gymnast.
Voorbeelden van misbruik zijn:
1. een seksueel en/of erotisch geladen sfeer scheppen;
2. de gymnast op een niet functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht
zijn op de geslachtskenmerken;
3. met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of
fantasieën van de gymnast;
4. vormen van aanranding;
5. exhibitioneren.

7.1.05. Seksuele handelingen en seksuele relaties

Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige
gymnast beneden de leeftijd van 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd,
worden beschouwd als seksueel misbruik en kunnen strafrechtelijk worden
vervolgd.

HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-4 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

Hierbij is aansluiting gezocht bij het Wetboek van Strafrecht. Hierin wordt
strafbaar gesteld:
1. gemeenschap met personen tot 12 jaar (art. 244);
2. gemeenschap met personen tot 16 jaar als zij daartoe een klacht indienen
(art. 245);
3. feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246);
4. verleiding van een minderjarige tot ontucht door bijvoorbeeld giften, beloften,
misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (art. 248ter);
5. ontucht met misbruik van gezag, zoals met minderjarige eigen kinderen
inclusief stief- en pleegkinderen), pupillen en aan de zorg, opleiding of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarigen (art. 249). Dit geldt onder andere
ook voor ambtenaren, bestuurders, geneeskundigen en onderwijzers.
6. In alle bovengenoemde gevallen wordt de gymnast geadviseerd van seksueel
misbruik aangifte te doen.

7.1.06. Seksuele toenaderingspogingen

De begeleider gaat niet in op seksuele toenaderingspogingen van de gymnast en
onderneemt ook niet zelf dergelijke toenaderingspogingen.
In een (professionele) relatie tussen de begeleider en de gymnast kunnen bij
beiden gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen
en begeleiden
Bij het ontdekken van deze gevoelens moet de begeleider dan wel de gymnast
tijdig passende maatregelen nemen, waarbij wordt gedacht aan het verbreken
van de professionele dan wel emotionele relatie

7.1.07. Nodeloze aanraking

De begeleider raakt de gymnast niet op zodanige wijze aan, dat de gymnast
deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard
ervaart, zoals doorgaans het geval is bij het doelbewust (doen) aanraken van
geslachtsdelen, billen en borsten.
Uitgangspunt is dat de gymnast het contact als seksueel ervaart.
De begeleider zorgt er voor dat daar, waar lichamelijk contact noodzakelijk en
functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact (aanrakingen) nooit verkeerd –
in de zin van seksueel- kan worden geïnterpreteerd.

7.1.08. Intimiteiten

De begeleider onthoudt zich van mondelinge en schriftelijke intimiteiten en grof
taalgebruik.

7.1.09. Gereserveerde en respectvolle omgang

De begeleider gaat gereserveerd en met respect om met de gymnast.
De begeleider hanteert het spanningsveld van vertrouwelijk kunnen zijn, maar
niet grensoverschrijdend. De gymnast moet zo min mogelijk in een situatie van
isolement of
afhankelijkheid terechtkomen.
Gereserveerd en met respect omgaan met de gymnast kan betekenen dat de
begeleider en de gymnast bij voorkeur niet getweeën op reis gaan en in ieder
geval niet op één kamer slapen of dat de gymnast niet alleen thuis bij de
begeleider wordt ontvangen.

HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-5 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de gymnast zich
kan bevinden, betekent dat de gymnast zich daar veilig moet voelen, dat zijn
privacy is gewaarborgd en dat sociale controle mogelijk is.
In ieder geval is niet toegestaan:
1. het zonder aankondiging betreden van de kleed- of hotelkamer;
2. het open laten staan van de deur na het binnentreden;
3. geen gesprekken dan wel overleg met de gymnast in de kleed- of hotelkamer
houden maar altijd in een niet-intieme ruimte.
Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden,
dan is het veelal noodzakelijk zich ergens rustig te kunnen terugtrekken; daarbij
moet er voor worden gezorgd, dat derden wel toezicht kunnen hebben op deze
situatie.

7.1.10. Samenwerken

De begeleider is verplicht met personen en instanties samen te werken die de
belangen van de jeugdige gymnasten samen met hen behartigen opdat deze
instanties hun werk goed kunnen uitoefenen.
Hierbij moet worden gedacht aan het samenwerken met of het verstrekken van
informatie aan bijvoorbeeld jeugdconsulenten of vertrouwenspersonen.

7.1.11. Beschermen gymnast

De begeleider heeft binnen de (sportieve) situatie de plicht de gymnast te
beschermen tegen schade en misbruik door derden.
Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de
veiligheid van de gymnast. De begeleider neemt daarvoor de redelijke
maatregelen ter voorkoming van (lichamelijke en geestelijke) schade en misbruik.

7.1.12. Vergoedingen

De begeleider geeft de gymnast geen (im)materiële vergoedingen met de
kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook aanvaardt de begeleider
geen financiële beloning of geschenken van de gymnast, die in onevenredige
verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering.

7.1.13. Vertrouwen

De begeleider respecteert feiten die aan hem zijn toevertrouwd. Er worden
slechts mededelingen aan derden gedaan, bij voorkeur in overleg met de
gymnast, als de begeleider ervan is overtuigd dat de belangen van de gymnast of
zijn omgeving hiermee zijn gediend.
Als een begeleider van een gymnast bijvoorbeeld medische gegevens krijgt
toevertrouwd, is de begeleider niet vrij deze, in welke vorm ook, bekend te
maken. Een uitzondering zou kunnen worden gemaakt als de begeleider van
mening is dat de gymnast een lichamelijk of geestelijk risico loopt, of als hij
kennis krijgt van strafbare feiten. Hij kan deze gegevens dan doorgeven naar
bijvoorbeeld een (vertrouwens)arts of het landelijk meld- en consultatiepunt.

7.1.14. Naleving regels door alle betrokkenen

De begeleider ziet er actief op toe dat deze regels door iedereen, die is
betrokken bij de gymnast, worden nageleefd. Hij neemt passende maatregelen
als hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels.

HOOFDSTUK 7. GEDRAGSREGELS

HUISHOUDELIJK REGLEMENT KNGU HR 7-6 vastgesteld door de BR op 11-12-2014

De te nemen passende maatregelen zijn onder meer:
1. het corrigeren van zijn optreden door de begeleider zelf;
2. melding aan een vertrouwenspersoon van de KNGU dan wel het landelijk
Vertrouwenspunt Sport;
3. aangifte doen via de KNGU bij het ISR of rechtstreeks bij het ISR;
4. aangifte doen bij justitie.
De begeleider moet zich realiseren dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Ook dient
de begeleider de gymnast in voorkomende gevallen te wijzen op de mogelijkheid
van het indienen van een klacht wanneer de gedragsregels overtreden zijn.

7.1.15. Onvoorziene gevallen

In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de
verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

 

De sportbonden in Nederland nemen seksuele intimidatie serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld. Die regels zijn door alle landelijke sportbonden onderschreven. De regels zijn gemaakt om de risico’s op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder vindt u de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF.

  • De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
  • De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
  • De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  • De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  • De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
  • De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  • De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  • De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  • De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
  • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.